Kinderen aan het werk in de West Betuwe
Kinderarbeid is een verschijnsel dat we – in Nederland – verbinden met negentiende-eeuwse fabrieken, meestal in stedelijk gebied. Maar ook buiten de stad werkten kinderen en echt niet alleen in fabrieken. Ze hebben dat trouwens nog heel lang gedaan, en vaak helpen boerenkinderen nog steeds een handje mee.
Meestal werd dat geen kinderarbeid genoemd, omdat het werk op het land als minder schadelijk werd gezien dan dat in de fabriek. De kinderen leverden echter wel een bijdrage aan het gezinsinkomen en het werk dat ze deden, bepaalde mede hun kindertijd.
De historicus Cor Smit – hij promoveerde zelf in 2014 op kinderarbeid in de Leidse industrie – wil deze geschiedenis aan de vergetelheid onttrekken. Hij vertelt daarover tijdens een lezing die hij op 5 oktober a.s. om 19.30 uur zal houden voor de Historische Kring West-Betuwe. Deze lezing wordt georganiseerd in samenwerking met Bibliotheek Rivierenland. Reserveren verplicht via de knop van Bibliotheek Rivierenland: https://bit.ly/2XvNgbU
Locatie: De Pluk, Rijksstraatweg 64 in Geldermalsen.
Kosten: gratis voor leden van de HKWB
Niet-leden: 5,-
Het lidmaatschap wordt gecontroleerd.
In de Tielerwaard was natuurlijk wel industrie, vooral van een soort die berucht was om de kinderarbeid: de steenfabrieken. Ondanks het Kinderwetje van Van Houten (1874) deden hier talloze kinderen tot ca. 1900 zwaar werk. Het was seizoensarbeid, vaak in gezinsverband uitgevoerd.
Grootschalig seizoenswerk voor kinderen was in de land- en tuinbouw evenzeer gebruikelijk, namelijk bij de oogst. Dat gebeurde zelfs tot ver na de Tweede Wereldoorlog. De onderwijswetgeving hield daar rekening mee! Daarnaast waren er op de boerderijen en tuinderijen altijd wel kleinere en grotere werkzaamheden te verrichten, zowel voor jongens en meisjes. Het kon zowel bij de oogst als bij alledaagse klusjes, erom gaan dat kinderen meehielpen in het landbouwbedrijf van de ouders, maar het kon ook gaan om pure loonarbeid, waarmee het inkomen van landarbeiders werd aangevuld.
Daarnaast werkten er kinderen mee in de winkeltjes of in de ambachtelijke werkplaatsjes van ouders of familie in de verschillende dorpen en stadjes. En natuurlijk hadden veel meisjes “een dienstje”.
Het werk dat kinderen deden, liep uiteen, ook binnen de agrarische sector. Op de veehouderijen was ander werk te doen dan in de akkerbouw (vooral aardappels) of in de tuinderijen en boomgaarden met hun fruit.
Cor Smit probeert in kort bestek een overzicht te geven van dit soort kinderarbeid, of kinderwerk, hoe je het ook wil noemen. Eerder deed hij dat voor de streek rond Leiden. Eigenlijk is er maar weinig vastgelegd of onderzocht over het werk dat kinderen in de agrarische sector deden. Smit wil graag dat daar verandering in komt en dat zijn lezing anderen stimuleert hier verder in te duiken. Ook kinderen verdienen een plek in onze geschiedenis.