MenuSluiten
Inloggen

Huys Jeudesteijn te Hellouw

Helaas is van Jeudesteijn geen afbeelding bekend

Misschien is het goed om eerst te beredeneren waarom het Huis te Hellouw geïdentificeerd mag worden met zowel ‘het Spijkertje’ als ‘het huis Jeudesteijn’. Om te beginnen: het Huis te Hellouw wordt volgens Van der Aa ‘het Spijkertje’ genoemd, en het is in 1709 bij een dijkdoorbraak vernietigd. Zowel in de archieven van de Hoge Dijkstoel van de Tielerwaard als in het dingsignaat van Tuil is vervolgens sprake van een wiel op de plaats waar ‘het Huijs of Spijcker van de Hr. Buijcx’ gestaan heeft – daarmee is de naam van de voormalige eigenaar of bewoner onthuld. In Hellouw is in deze periode slechts één persoon met die achternaam te vinden: Pieter François Buijcx. Diezelfde Buijcx erft echter in 1706 een huis te Hellouw dat Jeudesteijn heet. Dat dat een groot en opvallend huis geweest is, blijkt wel uit het feit dat een van de vroegere bewoners ‘heer van Jeudesteijn’ genoemd wordt. Conclusie: het zou vreemd zijn als Hellouw twéé van dergelijke aanzienlijke huizen gekend heeft, die dan ook nog eens in het bezit van dezelfde persoon zouden zijn geweest. De eenvoudigste oplossing is dat hier steeds sprake is van één en hetzelfde huis.

Overigens is het wél mogelijk dat het Spijkertje aanvankelijk bedoeld was als bijgebouw bij een groter kasteel. Als dat klopt, moet het kasteel zelf al eerder van de kaart verdwenen zijn. Misschien in het rampjaar 1672, toen de Fransen talrijke kastelen langs de Waal verwoestten, maar misschien ook al veel eerder. Hoe dan ook, het Huis te Hellouw in de vorm waarin het in 1709 nog bestond –een hoog, omgracht huis– heeft vlakbij de grens tussen Hellouw en Herwijnen gelegen, tussen de Kerkesteeg en de Zeek, niet ver van de Waaldijk. Vandaag is er alleen nog maar een stukje kweldijk te zien, en een lichte verhoging in het landschap als herinnering aan het latere huis dat vlakbij de plek van het oude, weggespoelde Jeudesteijn gebouwd werd. Zelfs het wiel waarin het huis verdween, bestaat niet meer.

Zo precies als we zijn ingelicht over de dag waarop het Huis te Hellouw ophield te bestaan, zo mistig blijft intussen de vroegste geschiedenis ervan. Op grond van een aantekening in de leenregisters van de hofstede Asperen vermoed ik dat het huis in elk geval in 1430 al bestond. Het ligt voor de hand om die Asperense leenregisters te raadplegen, omdat de heerlijkheid Hellouw zelf een leen van de heer van Asperen was. Wie de lijst van bezitters bekijkt, ziet overigens meteen dat de bewuste heren van Hellouw nooit op het huis Jeudesteijn hebben geresideerd. Vóór 1709 –het jaar waarin Jeudesteijn van de kaart verdwijnt– zijn de heren van Hellouw steeds hoge edelen, met grote bezittingen elders in het land, die zelf zeker niet in het dorpje aan de Waal hebben gewoond: de Van Haeftens, de Brederodes en de graaf Van der Lippe. Omgekeerd geldt dus ook dat de bewoners van Jeudesteijn in de loop van de zestiende en zeventiende eeuw absoluut geen heer of vrouwe van Hellouw zijn geweest. Ze woonden slechts in het aanzienlijkste huis van het dorp.

Opmerkelijk in de Asperense leenregisters is nu, dat er –behalve de heerlijkheid– nog één ander leen in Hellouw vermeld wordt, waarvan slechts één belening geregistreerd staat. Uit 1430, om precies te zijn. De omschrijving: ‘Een stenen huis en hofstede met duifhuis en alle getimmerte in het gerecht van Hellouw, strekkend van de straat tot de Cornegraaf.

Daar kan eigenlijk geen enkel ander gebouw bedoeld zijn: hoeveel stenen huizen zullen er in 1430 –als alle boerenhuizen nog van leem en hout gemaakt worden13– in Hellouw geweest zijn? Vermoedelijk slechts één: het Huis te Hellouw. Op 26 maart 1430 wordt ene Arnout de Jeude, wellicht een lid van het gelijknamige riddergeslacht, met dit huis beleend. Daarmee hebben we meteen een verklaring voor de naam Jeudesteijn. Letterlijk: het stenen huis van de familie De Jeude.

In de zeventiende en achttiende eeuw blijkt het bewuste leengoed overigens van de heer van Asperen naar de heer van Haaften te zijn verhuisd. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar bij de boedelscheiding in 1706, waarbij Pieter Francois Buijcx en zijn vrouw Adriana Elisabeth Huninga van Oostwold ‘het huijs Jeudesteijn, leenroerigh aen den huijse Haeften’ erven. En inderdaad, in het Haaftense leenregister staat een notitie die grote overeenkomst vertoont met de eerdere omschrijving van het Huis te Hellouw in het Asperense leenregister: ‘Een Huis en Hofstadt, Hoog-huis en Bouwhuis met boomgaart en timmeringe daar op, met de hofstadt daar neffens, gelegen in den gerichte van Hellouw strekkende van de gemeijne strate ten Zuiden tot de Korengraaf toe.’ De naam Jeudesteijn wordt weliswaar nergens vermeld, maar het feit dat de Heer Peter Beucx, als in huwelijk hebbende Joffr. Adriana Henninga van Oostwolt’ genoemd wordt als degene aan wie het leen tussen 1697 en 1717 is opgedragen, zegt genoeg. Verder wordt het voornaamste gebouw op het bewuste stuk land beschreven als een Hoog-huis – de oude aanduiding voor een aanzienlijk huis. En ten slotte spreekt het duidelijke taal dat het leen in 1717 overgaat in handen van de heren Verploegh van Hellouw, door Van der Aa vermeld als de eigenaars van het perceel waarop ooit het Huis te Hellouw gestaan heeft.

Enny de Bruijn

Bron: de volledige tekst van dit artikel verscheen in Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe jaargang 42 no. 1

Mijn winkelwagen

U heeft nog niks in uw winkelwagen.