In Enspijk werd op 1 juli jl. volop gegraven!
In de Dorpsstraat staat een graafmachine. En in een diepe langerekte sleuf wordt ook nog eens met de schop en een troffel gewerkt. Er liggen her en der kleine oranje, groene en gele briefjes als markeerpunten. En er liggen plastic zakjes, groot en klein met inhoud. Wat zou hier aan de hand zijn? Ik werd getipt om erbij te mogen zijn!
Eenmaal aangekomen blijkt het te gaan om een proefsleuvenonderzoek in de Dorpsstraat. Het Archeologisch onderzoeks- en adviesbureau RAAP doet een gedegen onderzoek naar eventuele resten van vroegere bewoning. In de proefsleuf worden ophogingslagen c.q. cultuurlagen op de natuurlijke ondergrond (oeverafzettingen) gevonden. Onder de voor-middeleeuwse cultuurlaag heeft wrs. een waterstroom gelegen zichtbaar in de kleurverschillen van de aarde.
De waterstroom waar Enspijk op ligt zijn de restanten van een voorganger van de Linge, de Gellicum stroomgordel. De waterafvoer van dit riviertje stokte rond 200 voor Christus. Rond die tijd nam de noordelijker gelegen Linge de waterhuishouding over. Enspijk ligt op de oeverafzettingen van beide wateren.
De oudste sporen in de top van de oeverafzettingen bestaan uit sporen van landgebruik: twee greppels en een kuil (grondverkleuringen) uit de late middeleeuwen, vermoedelijk de volle middeleeuwen. Dit is gebaseerd op enkele fragmenten kogelpot en Maaslands wit aardewerk (voorheen: Andenne) uit een van de greppels en de afdekkende ophogings- c.q. cultuurlaag. Vervolgens is in de late middeleeuwen/vroege nieuwe tijd het onderzoeksgebied opnieuw opgehoogd. Waarna de eerste (aantoonbare) steenbouw in het plangebied wordt gebouwd. Het gaat om een pand dat ook op de kadastrale minuutplan (1811-1832) staat afgebeeld, maar mogelijk in oorsprong ouder is: voor de funderingen en een kelder werden 15e-16e-eeuwse bakstenen (29x14x7 cm) (her)gebruikt, maar daarnaast werden ook 17e-18e -eeuwse bakstenen gebruikt (24x11,5x4,5 cm) waarmee een opening van de kelder werd dichtgezet.
Een ander bakstenen structuur betreft een waterput, die uit machinale bakstenen (>1850) was opgebouwd en dus in de late nieuwe tijd te plaatsen is. Graafwerkzaamheden en het uitbreken van de bovenbouw van de funderingen en de put heeft in de late nieuwe tijd en recente tijd naast uitbraaksporen ook grondverstoringen met zich meegebracht. Naast de bovengenoemde fragmenten kogelpot en Maaslandswit zijn ook verscheidene jongere baksels uit met name de nieuwe tijd aangetroffen, waaronder roodbakkend aardewerk, steengoed, faience en industrieel wit. Ten slotte zijn ook zaken als dierlijk bot en bijvoorbeeld enkele metalen knoopjes gevonden.
De veldresultaten worden de komende tijd door RAAP uitgewerkt. De resultaten van het onderzoek komen uiteindelijk in een rapport terecht. De vondsten gaan naar het provinciaal depot.
Karine van Drunen