Grandia, soldaat in het leger van Alva
De achternaam Grandia klinkt in Beesd heel vertrouwd. Toch past zij duidelijk niet in het rijtje van echt Hollandse namen als Van Leeuwen,
Van Gameren en Kroeze. De klank doet een Spaanse oorsprong vermoeden en
dat klopt.

Familiewapen Grandia
We moeten hiervoor terug naar Geraldo Grandia, zoon van Sebastian
Grandia, geboren rond 1550 en in 1580 in Brakel in de Bommelerwaard
overleden. Waarschijnlijk in 1572 is deze Geraldo naar Holland gekomen als soldaat in het Spaanse leger van de Hertog van Alva. Twee jaar later werd hij door dat leger bij Brakel gewond achter gelaten na een grote veldslag slag in de buurt van Slot Loevestein. Een lokale schoonheid (Maaijke) ontfermde zich over hem en in 1579 zijn zij in Brakel getrouwd. Geraldo besloot in deze buurt te blijven.
Lang heeft hun geluk niet geduurd. Niet lang nadat Geraldo zich bij
de Geuzen had aangesloten, kwam hij tijdens een gevecht om het leven.
Dat was in 1580, het jaar dat in Brakel zijn zoon Sebastiaen Geraerts
werd geboren.
Deze Sebastiaen zorgde uiteindelijk voor een omvangrijk nageslacht,
eerst vooral geconcentreerd in de Bommelerwaard. Dat was logisch gelet
op de natuurlijke begrenzing door de grote rivieren. Later raakte de
naam Grandia breder over ons land verspreid en in deze streek komen we
haar vooral nog in Beesd en directe omgeving tegen.
De naam Grandia komt zowel in Spanje als in Italie voor, het meest in de Spaanse provincie Catalonië. Wellicht was hij afkomstig uit het
‘Grandiadorp’ Vallcebre, hoog in de Pyreneeën waar nog steeds Grandia’s
wonen (huis Can Noi). Volgens plaatselijke Grandia’s zou de naam voor
het eerst voorgekomen zijn rond de 14e eeuw en betrof het een familie
van lijfwachten.
Het familiewapen is, voor zover bekend, voor het eerst gevoerd door
Jielis Grandia uit Brakel in de jaren ’60 van de achttiende eeuw. Het
wapen wordt vermeld in een artikel in het genealogische tijdschrift Gens Nostra, jaargang 29 nr. 3 (maart 1974). Hier wordt verwezen naar een
registratie in het archief van de Gelderse Leenkamer, gedateerd 26 mei
1761.
Op het wapen zijn drie vissen te zien, waarschijnlijk zalmen. Op de
Waal werd veel zalmvisserij bedreven en ook in het gemeentewapen van de
voormalige gemeente Brakel kwamen twee zalmen voor. Het symbool op de
onderste helft van het schild is het familiemerk, dat in een tijd dat
een groot deel van de bevolking niet of nauwelijks kon lezen, gebruikt
werd om allerlei roerende zaken van een eigendomsmerk te voorzien.
Geschreven door Co van Leeuwen