HKWB verspreidt kennis over de historie van West-Betuwe & brengt de geschiedenis onder de aandacht!

MenuSluiten
Inloggen


Archeologie

Romeinse ijzeren haardketting gevonden in Meteren


In het plangebied Voetakkerweg in Meteren wordt binnenkort door Waterschap Rivierenland een natuurvriendelijke oever aangelegd. Voorafgaand aan de aanleg is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gebied blijkt vol met zeldzame archeologische resten te liggen. De resten kwamen aan het licht tijdens het archeologisch onderzoek dat door Econsultancy is uitgevoerd. Hierbij werd een zeer bijzonder “heet” hangijzer gevonden!

Tijdens het archeologisch onder-zoek zijn grondsporen uit de Romeinse tijd zichtbaar geworden in de vorm van greppels en diverse kuilvormen. De toenmalige bewoners gooiden hun niet meer bruikbare spullen en gebroken aardewerk er in weg. De sporen zijn onderzocht en dit toont aan dat de bewoning heeft plaatsgevonden de 1e – 3e eeuw. Wat toen voor de bewoners afval was is nu voor ons van grote waarde.

Het gevonden Romeinse aardewerk varieert van fijne tafelwaar, zoals terra sigillata (gestempeld aardewerk) en geverfde waar, tot wrijfschalen en transportamforen. Binnen de terra sigillata zijn enkele versierde fragmenten die voldoende goed bewaard zijn gebleven om hiervan een productiecentrum te kunnen bepalen. Maar de meest bijzondere vondst is die van een Romeinse haardketting.

De haardketting was in het verleden een veelgebruikt gebruiksvoorwerp: in elk huishouden werd er constant één gebruikt om ketels op te hangen in een houtvuur-schoorsteen. Haardkettingen bestaan uit relatief veel grote en massieve onderdelen. Dit maakt dat er doorgaans wel fragmenten van haardkettingen worden gevonden, maar bijna nooit compleet, zoals de haardketting van Meteren. Dit is uiterst zeldzaam.

Archeoloog Sander Diependaal: “Omdat alle delen bewaard zijn gebleven kunnen we de samenhang reconstrueren. Tijdens de restauratie ervan worden alle delen op hun oorspronkelijke plaats teruggezet en weer met elkaar verbonden. Na de restauratie zal de haardketting weer één geheel vormen, waarbij de hoop is dat de versiering op de haardketting ook weer helemaal zichtbaar wordt, klaar voor expositie.”

9 oktober 2015

De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden

In opdracht van de gemeente Geldermalsen heeft ADC ArcheoProjecten een Archeologische Opgraving uitgevoerd voor het plangebied De Plantage. In het plangebied zal nieuwbouw worden gerealiseerd. Het veldwerk is uitgevoerd tussen 30 augustus en 26 november 2010.

Tijdens de opgraving zijn bewoningssporen uit meerdere perioden aangetroffen, van het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De bevindingen van de onderzoekers worden uitgebreid beschreven in een rapport met als titel: De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden.

Het rapport wordt op de markt gebracht door SPA uitgevers.

Inhoud van het rapport:

1: Inleiding.

2: Methoden.

3: Fysisch geografisch onderzoek.

4: Neolithicum.

5: Bronstijd.

6: IJzertijd: een gemengd crematie- en inhumatiegrafveld.

7: Sporen uit de Romeinse Tijd.

8: Middeleeuwen.

9: Twee landhuizen uit de Nieuwe Tijd.

10: Een wandeling door de tijd op De Plantage.

Litteratuur.

Bijlagen.

In het rapport worden de volgende vindplaatsen in De Plantage beschreven:

Vindplaats 1: een veel gebruikte locatie

Vindplaats 1 omvat de zuidwestelijke hoek van het plangebied De Plantage  en ligt direct ten westen van het terrein van Huis Meteren, langs de huidige Rijksstraatweg en de Blankertseweg. Deze vindplaats ligt vrijwel geheel op de relatief hoog gelegen flank van de Erichem-Meteren stroomgordel en bevat daarom archeologische resten uit verschillende periodes.

De oudste resten die zijn aangetroffen stammen uit het Neolithicum. Vervolgens is er een inhumatiegraf uit de Midden-Bronstijd gevonden, een vrij groot gemengd crematie- en inhumatiegrafveld uit de Midden-IJzertijd en bewoningssporen uit de Romeinse tijd en de Volle Middeleeuwen. 

De jongste archeologische resten die zijn aangetroffen stammen uit de Nieuwe tijd en bestaan uit de voormalige weg van Meteren naar Geldermalsen en de naastgelegen sloot, die direct ten westen van het terrein van Huis Meteren hebben gelopen, alsmede enkele perceelscheidingen en resten van de boomgaard(en) die hier heeft/hebben gestaan.

Vindplaats 2: Huis Meteren

Huis Meteren is, samen met het omliggende terrein, een beschermd monument en daarom niet opgegraven. Om het monument heen zijn opgravingsputten aangelegd, waar één klein muurrestant van een mogelijk bijgebouw is opgegraven. Ook is er achter het voormalige huis in de voormalige tuin een klein deel van een waterpartij aangetroffen. Tevens is ten westen en zuidwesten van het kasteelterrein de vroegere weg van Meteren naar Geldermalsen met naastgelegen sloot aangetroffen, die tot halverwege de 19e eeuw langs Huis Meteren liep.

Aan de oostzijde heeft mogelijk een weg tussen Huis Meteren en Huis Blanckenstijn gelegen.

Vindplaats 3: Huis Blanckenstijn

Op ca. 200 m ten oosten van Huis Meteren bevond zich van de 16e t/m de 18e eeuw Huis Blanckenstijn, eveneens een beschermd monument. Dit grotendeels onbekende landhuis is door middel van twee proefsleuven onderzocht, waarbij de funderingen zijn aangetroffen. Er lijkt sprake van meerdere fasen te zijn. Aardewerkvondsten wijzen mogelijk op een vroege fase in de Late Middeleeuwen, maar in ieder geval vanaf de 16e eeuw; het aangetroffen baksteen wijst op een datering vanaf de 17e eeuw. Er is geen gracht direct om het huis aanwezig, maar wel op ca. 39 m afstand. Het tussenliggende deel wordt aangemerkt als tuin, waar naast de gracht een muur heeft gestaan.

Vindplaats 7: enkele prehistorische sporen

Op deze vindplaats is slechts een klein aantal sporen en aardewerkfragmenten aangetroffen. Mogelijk is hier sprake van off site sporen van een nabijgelegen nederzetting. Het handgevormde aardewerk wordt tussen het Neolithicum en de Romeinse tijd gedateerd.

Vindplaats 11: een greppelsysteem

Ook op deze vindplaats zijn weinig vondsten en sporen aangetroffen, waardoor een datering moeilijk te geven is. Op basis van het vooronderzoek zou een datering in de Romeinse tijd mogelijk kunnen zijn.

Er is een greppelsysteem aangetroffen bestaande uit drie greppels. Dit zal tot een nabijgelegen nederzetting behoord hebben. Er zijn geen aanwijzingen dat het om de nederzetting van Hondsgemet gaat. Mogelijk bevindt zich een nog onbekende nederzetting in de nabijheid van deze vindplaats. Hier zal in de toekomst rekening mee gehouden moeten worden.


De bevindingen worden uitgebreid beschreven in een rapport met als titel: De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden. ADC Rap 2713 (artikelnr: ISSN 18751067). Het rapport wordt op de markt gebracht door SPA uitgevers.

De redactie van het boek bestaat uit W. Jezeer en L. Verniers. Verder werden er bijdragen geleverd door: B. Berk, M.T.I.J. Bouman, J. van Dijk, E. Drenth, N.L. Jaspers, L. Langelaar, S.A.M. Lemmers, M.J.A. Melkert, C. Moolhuizen, C. Nooijen, S. Ostkamp, P. de Rijk, M. Rijkelijkhuizen.

Bron:  SPA uitgevers

Rijke dame uit Meteren gereconstrueerd


Op 22 juni 2010 bracht de gemeente Geldermalsen nieuws naar buiten over een interessante archeologische opgraving in Meteren. Helma Schouten, journalist en bestuurslid van de kring, bezocht de persconferentie en kreeg de volgende informatie mee.

Tijdens opgravingen in het toekomstige woongebied ‘De Plantage’ in Meteren (gemeente Geldermalsen) troffen archeologische onderzoekers eind 2010 een aantal crematiegraven uit de IJzertijd aan met daar tussen in het skelet van een vrouw die op het moment van overlijden tussen de 30 en 40 jaar moet zijn geweest. Al snel bleek het om een bijzondere vondst te gaan van bovenlokale, zelfs landelijke betekenis.

De vrouw, die met een verwijzing naar de dorpskern Meteren inmiddels de naam Meta heeft gekregen, heeft destijds een rijke begraving gekregen. Dat kan worden afgeleid uit de bij skelet aangetroffen uitzonderlijk mooie sieraden. Het gaat hier om een prachtige armband en hangers van messing en barnsteen. Floris Reijnen, restaurateur van historische sieraden, heeft zijn uiterste best gedaan om de vondsten in hun oorspronkelijke staat terug te brengen. Vervolgens heeft hij replica’s gemaakt en deze verwerkt in het haar op een speciaal hiervoor gemaakt hoofd. Hoewel er geen sprake is van een ‘waarheidsgetrouwe’ gezichtsreconstructie heeft Meta hierdoor wel een gezicht gekregen. Dat
gezicht wordt nog versterkt door een gemaakte achtergrondtekening met daarop de gereconstrueerde Meta in het oude rivierenlandschap.

De arm met de eveneens geconserveerde armband is gestabiliseerd in een stuk grond/klei die als een soort sokkel de arm ondersteunt. Dit alles is voorzien van een archeologisch-historisch verhaal over Meta die zonder twijfel een uitzonderlijke positie binnen de lokale gemeenschap moet hebben gehad. Wie was Meta, hoe leefde zij, wat was er bijzonder aan haar?

Wie was Meta?

Meta was een vrouw met een leeftijd tussen de 30 en 40 jaar. Dat was in de ijzertijd al een respectabele leeftijd. Ze was een kleine en ielige vrouw van 1.56 m lang. Ze droeg naast een bronzen armband ook sieraden die de archeologen niet vaak aantreffen tijdens opgravingen; grote barnstenen kralen aan metalen ringetjes lagen aan weerszijden van de schedel. Dat de vrouw hard moet hebben gewerkt in haar leven, kan de fysisch antropoloog zien aan de slijtage van haar rugwervels. Daarnaast moet de vrouw erg veel pijn hebben gehad aan haar gebit. Op de tanden en kiezen is namelijk zichtbaar dat ze leed aan ernstige tandvleesontsteking. Haar voortanden waren ook sterk versleten.

De sieraden van Meta maken haar bijzonder voor de archeologen. Binnen de archeologische vakwereld zijn zulke ringetjes in combinatie met de grote barnstenen nog niet eerder aangetroffen. De sieraden lagen aan beide zijden van het hoofd van Meta. Al snel kan dan gedacht worden aan oorbellen of een ketting. De bronzen ringetjes hebben echter een andere vorm en de barnstenen kralen zijn te zwaar om aan oorlellen te laten hangen en het zijn er te weinig voor een ketting. Daarom vermoeden archeologen dat de sieraden in het haar waren gezet. De bronzen ringen zaten waarschijnlijk om dikke strengen haar heen. Door de strengen haar te vlechten blijven de ringen met de barnstenen zitten. Soortgelijke bronzen ringen zijn alleen in Lent, bij Nijmegen, gevonden. In een graf van een man uit de midden-ijzertijd lagen grote bronzen ringen bij zijn oor.

Archeologen denken ook dat deze om vlechten of dikke strengen haar waren gebonden. De man uit Lent had geen barnstenen kralen. Barnsteen is sinds de vroege prehistorie een geliefd materiaal wat verwerkt werd in sieraden. Als hanger aan een ketting, als kralensnoer of als onderdeel van een metalen halsring. Barnsteen komt van nature niet voor in het rivierengebied, maar moest via handel en uitwisseling hiernaartoe zijn gekomen. Het meeste barnsteen dat in Nederland gevonden wordt komt oorspronkelijk uit het Oostzeegebied. Daarnaast konden de mensen ook soms kleine hoeveelheden barnsteen aan de Nederlandse kust vinden.

In de ijzertijd leefden de mensen van een boerenbestaan. De mensen hadden een gemengd boerenbedrijf waar vee werd gehouden en aan akkerbouw werd gedaan. Op het erf stonden kleine gebouwtjes voor de opslag van graan, zaaigoed, voedsel, gereedschap en brandhout. Het vee stond meestal binnenshuis aan de andere kant van het woonhuis. Dit heet een woonstalhuis of -boerderij. De mensen bakenden hun erf af met greppels en hekwerken. Ook stonden er op elk erf waterputten. De wanden werden met houten plankjes of holle boomstammen gestut, zodat de mensen goed bij het grondwater konden komen.

In het crematiegrafveld waar Meta is gevonden lagen twee gewone graven, waarbij de mensen gestrekt op hun rug in de grond waren neergelegd. Tegenwoordig kunnen we kiezen of we begraven of gecremeerd willen worden. Die keuze is cultureel bepaald en in het verleden was dat niet anders. Er waren periodes waarbij het normaal was om de overledenen te begraven of waarbij de mensen hun doden cremeerden. In het begin van de ijzertijd werden de crematieresten in een urn gedaan en deze werd in de grond begraven. In de periode daarna gebruikten de nabestaanden geen urn maar een doek waarin zij het stoffelijk overschot wikkelden voordat ze het in de grond stopten. Dit gebruik herkennen de archeologen op de opgraving in ‘De Plantage’.

Dat crematies en begravingen in de ijzertijd soms door elkaar zijn gebruikt, ontdekten archeologen in 1992 in Geldermalsen. Ondertussen zijn er meerdere grafvelden in Nederland bekend waarbij dit voorkomt. Het grafveld in ‘De Plantage’ vormt hierin geen uitzondering.

Waarom enkelen begraven werden en anderen gecremeerd is nog moeilijk te bepalen. Het is mogelijk dat de begraven mensen een andere status in de lokale gemeenschap hadden dan de gecremeerde doden. Dit is misschien te herkennen aan de rijke bijgiften die vaak wel bij de begravingen en niet bij de crematies te vinden zijn. Deze kunnen duiden op een zekere status van de begraven persoon. Maar er kan ook sprake zijn van verschillende bevolkingsgroepen met verschillende culturele tradities in hetzelfde grafveld. De bijgiften van begravingen uit andere grafvelden uit de ijzertijd laten soms een Noord-Franse invloed zien. In het Marne-Aisne gebied werd een bepaald soort type aardewerk
gebruikt, dat in Nederland wordt teruggevonden als bijgift bij de gewone begravingen die in een crematiegrafveld liggen. Ook was er in het Marne-Aisne gebied de trend om mensen te begraven in plaats van te cremeren. Archeologen vermoeden daarom dat een groep mensen uit Noord-Frankrijk zich hier in de Betuwe en het rivierengebied is gaan vestigen.

Wat zegt dit over Meta? Behoorde zij tot de elite of was zij van Franse komaf? Misschien kunnen koolstofdateringen (14C) hier meer over zeggen. Hiermee kan worden uitgezocht of Meta daadwerkelijk in dezelfde periode is begraven als de crematiegraven.

In de directe nabijheid van het graf van Meta stuitten de archeologen op een opmerkelijke structuur van vermoedelijk een heiligdom. Het gaat hier duidelijk niet om een huisplattegrond en waarschijnlijk ook niet om een bijgebouw voor opslag. Die zijn vaak gemakkelijk te herkennen aan een patroon van grondverkleuringen van paalgaten. De plattegrond van het heiligdom bestond uit vijf ronde grondverkleuringen in een patroon zoals ook het getal vijf op een dobbelsteen te zien is. De grondverkleuringen zijn veroorzaakt door paalgaten. Hier moeten dus vierpalen in een vierkant hebben gestaan, met een dikke paal in het midden. Hieromheen lag een vierkante greppel. Was dit een heiligdom dat bij het grafveld hoorde? Of gaat het om een dodenhuisje? Of stond er toch een opslagschuurtje dat door een greppel “beveiligd” was tegen loslopend vee? Voor de archeologen is het nog een raadsel.

De opgraving ‘De Plantage’

Meta is slechts een van de vondsten die tijdens de opgraving in het najaar van 2010 in ‘De Plantage’ aan het licht kwamen. Archeologen vonden sporen en vondsten uit de nieuwe tijd, de middeleeuwen, de Romeinse tijd, de ijzertijd, de bronstijd en mogelijk ook uit de jonge steentijd. De uitwerking van de opgraving is nog in volle gang en de meeste onderzoeksvragen moeten nog beantwoord worden. In het midden van de aan te leggen wijk ontdekten de archeologen sporen van een Romeins greppelsysteem. Specialisten onderzoeken nog of deze in verband staan met greppelsystemen die gevonden zijn bij Hondsgemet in Geldermalsen. In het zuiden van ‘De Plantage’ lagen het Huis Meteren en het Huis Blanckenstijn. De fundamenten van beide gebouwen zijn monumenten en blijven onder de grond bewaard. Op deze plekken wordt de grond niet aangeroerd maar wordt een archeologisch park gerealiseerd. Rondom de huizen groeven de archeologen op om meer te weten te komen over de bewoners hiervan. Niet alleen vonden zij restanten uit de nieuwe tijd, bij Huis Meteren kwamen vondsten uit de jonge steentijd of de vroege bronstijd tevoorschijn. Het gaat hier veelal om voorwerpen van vuursteen die de mensen in de steentijd en de bronstijd gebruikten als werktuigen, zoals messen, sikkels, bijlen en pijlpunten.

Op dezelfde locatie van het grafveld uit de ijzertijd lag in de periode 1100 tot 1300 een boerennederzetting. De archeologen herkenden in ieder geval in de sporen de structuur van één boerderij en bijgebouwtjes voor opslag van onder andere graan en hooi. Daarnaast waren er nog veel meer sporen van paalkuilen, die duidden op de aanwezigheid van meer gebouwen. De archeologen vermoeden daarom dat hier meerdere gebouwen of meerdere fasen van gebouwen hebben gestaan. De nederzetting lag waarschijnlijk op een verhoging in het landschap. Ook vonden de archeologen in dezelfde opgravingsputten sporen en aardewerk uit de bronstijd. Van de sporen konden zij een boerderij en een gebouwtje voor opslag (spieker) onderscheiden. In deze periode moet er meer hebben gestaan dan dit, maar na de bronstijd stroomde een rivier over het gebied die een groot deel van de sporen en vondsten weggespoeld heeft.


Meta en haar sieraden hebben inmiddels een plaats gekregen in de bezoekersruimte van de HKWB in de Pluk in Geldermalsen. Zie voor meer informatie ook het artikel wat eerder verscheen op de website van geschiedenis geldermalsen.


Het verleden van Geldermalsen opgegraven

Door Martine Eerelman-Hanselman (eerder verschenen op de website geschiedenis geldermalsen)


“Een flinke lap grond met interessante vroege vondsten.” Op het toekomstige terrein van de nieuwe Coop-supermarkt aan de Herman Kuijkstraat in Geldermalsen zijn archeologen de afgelopen tijd hard aan het werk geweest. Zij hebben eerst een week de opgraving begeleid en daarna een dag of vijf zelf opgegraven en de vondsten onderzocht. Door de strenge vorst moesten zij hier vorige week tijdelijk mee stoppen. “We hebben aardewerk, dierlijke resten, een waterput, greppels, spiekers (graanopslagplaatsen) en waarschijnlijk ook een huisplattegrond gevonden.

Opvallend zijn ook de sloten die haaks op de huidige weg zijn gegraven.”, zegt Willem Jezeer van ADC ArcheoProjecten. “Er zijn vroege sporen bij. De oudste resten dateren uit de tiende en elfde eeuw. Meestal vind je in landelijk gebied wel resten uit de twaalfde en dertiende eeuw, maar dit is een stuk ouder.” Deze vroege bewoningssporen komen uit dezelfde tijd als de burcht van Geldermalsen. Deze stond een stuk verderop, driehonderd tot vierhonderd meter noordoostelijk, in de buurt van de huidige hervormde kerk aan de Kerkstraat. “Het is vrij bijzonder dat we middenin een dorpskern zo’n relatief groot stuk grond kunnen onderzoeken, van tweeduizend vierkante meter. Dit gebied is intensief bewoond geweest. Het is nog een hele puzzel om de structuren zoals boerderijen en spiekers in het drukke ‘spooroverzicht’ te herkennen.”

IMG_4203.JPG

Hoe oud?

Een huisplattegrond is niet meer dan een verzameling van donkere plekken in de grond, afdrukken van de palen waarmee het huis gebouwd werd. Hoe weet je nu uit welke tijd die sporen komen? Jezeer: “Dat kan op verschillende manieren. Meestal weet je het door de voorwerpen die je vindt rondom de sporen in de grond. Aardewerk is vaak goed te dateren, en bijvoorbeeld van metalen penningen en munten kun je vaak ook ontdekken uit welke tijd ze komen. Wij hebben hier een ijzeren sleutel gevonden die goed te dateren was.” Als dat niet lukt, is een C14-datering mogelijk. Dan wordt in een laboratorium een koolstofdatering gedaan. Dit is niet zo precies, je krijgt een datering met een marge van 50 jaar. Bovendien is het een dure methode. Wat wel heel nauwkeurig is, is dendrochronologie. Je kunt houten voorwerpen onderzoeken als ze voldoende jaarringen hebben. Hierdoor is het mogelijk om de ouderdom van bomen, die gebruikt zijn voor bijvoorbeeld het maken van een waterput, tot op het seizoen nauwkeurig te dateren. “Hout blijft alleen goed in de grond als het in het water ligt, dat is hier zeker het geval. Al op 50 tot 60 centimeter stuit je hier op water. Het gebied ligt hier wat hoger, en er ligt een kleilaag onder de grond waar het water op blijft liggen. Dus er is hier veel te vinden.”

Meta uit Meteren

Over archeologen bestaan verschillende ideeën. De een vindt het een stoffig beroep, de ander ziet een stoer Indiana Jones-achtig type voor zich die constant spannende piramides en oude Inca-steden ontdekt. Waarom werd jij archeoloog? “Die films hebben denk ik wel geholpen bij het aantal aanmeldingen bij de studie, maar voor mij was dat niet de reden. Ik wilde als jonge jongen al archeoloog worden. Eerst ridder of cowboy, maar iets later archeoloog. Toen ik ontdekte dat daar echt een studie voor was, ben ik die ook gaan volgen. Aan de Universiteit van Amsterdam. Veel studenten gaan tegenwoordig binnen de archeologie de ICT- of beleidskant op, bijvoorbeeld bij een gemeente of provincie. Maar ik wil vooral in het veld bezig zijn. Met mijn voeten en handen in de klei. Als projectleider voer en werk ik projecten uit.”

Wat is je meest opvallende of kostbare vondst geweest? “Elke opgraving is op zich al bijzonder. Maar een van de meest unieke vondsten heb ik hier in de buurt gedaan, in het najaar van 2010, bij het archeologisch onderzoek voor de Plantage in Meteren. We hebben toen een graf van een vrouw uit de ijzertijd gevonden dat nog vrijwel intact was, inclusief bronzen en barnstenen sieraden. Deze prehistorische dame kreeg zelfs een naam, Meta. Ik ben hierover nog bij Shownieuws geïnterviewd. Mooi aan dat gebied was sowieso dat door de vele overstromingen de resten uit alle periodes netjes op elkaar lagen. Je groef letterlijk steeds dieper de geschiedenis in.”

IMGP0115.JPG

Op dit moment zijn de archeologen nog bezig om de sporen en vondsten verder te onderzoeken. Dit archeologisch onderzoek zal in elk geval een belangrijke bijdrage leveren aan de vroege geschiedenis van Geldermalsen.

Dit artikel verscheen ook in Nieuwsblad Geldermalsen, dd. 28 januari 2016.
Foto’s van ADC ArcheoProjecten.







Mijn winkelwagen

U heeft nog niks in uw winkelwagen.

lid worden